Het is alweer een hele tijd geleden dat ik voor het laatst iets geschreven heb, terwijl ik mezelf toch echt had voorgenomen om elke dag in ieder geval een klein berichtje te plaatsen, al zijn het maar drie woorden. Bij deze probeer ik dat nu weer een beetje bij te werken.
Mijn laatste berichtje ging over ‘bikiniproof’. Met lichtelijk verlangen denk ik terug aan die dag. Toen kon ik nog lekker in de tuin in het zonnetje liggen relaxen, nog niet wetende dat ik een aantal weken later zou worden bedolven onder een enorme berg papierwerk, loeizware wetbundels die elke dag meegesleept dienen te worden, dictaten waar niet doorheen te komen is, informatie over bibliotheekopdrachten, blackboards, sheets, etc, etc. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de groeiende druk van de eerste tentamens, die al in oktober (!!) plaatsvinden.
Voordat we met het echte werk begonnen, hadden we eerst twee introductieweken. Om te beginnen hadden we de FIK, de intro voor eerstejaars Rechtenstudenten. We werden in een accommodatie in de bossen van St. Michielsgestel gedumpt en hebben daar drie dagen gefeest, gesport en nieuwe mensen leren kennen. Na die drie dagen zat ik er al aardig doorheen, maar ik wist dat het vermoeidste (en leukste!) nog moest komen: de FIK. Deze intro voor alle eerstejaars studenten in Tilburg is berucht om haar ontgroeningen, feesten tot diep in de nacht (of tot in de vroege ochtend, ‘t is maar net hoe je het bekijkt
), etc. Ik kan je vertellen dat er geen ontgroeningen geweest zijn en dat je zelf kon bepalen hoe laat je je bed opzocht (al was het echt not done om vóór één uur het feest al te verlaten). Het was echt een week om nooit te vergeten. Elke avond feest bij een studentenvereniging, pizza’s gooien, biercantussen in kleine cafeetjes, een maffe hypnoseshow, wakker worden gemaakt door de bonk-muziek van je mentorpapa en vooral veel nieuwe indrukken opdoen.
Na twee weken moesten we dan toch echt aan de slag. ‘s Morgens om tien over zes je bed uit, rennen om de bus te halen, vooral je trein niet missen, op dat grote universiteitsterrein zoeken naar het goede gebouw voor je hoorcollege, twee keer 45 minuten luisteren naar de monotone stem van je docente Europese Rechtsgeschiedenis (of nog erger: twee keer 45 minuten luisteren naar je egotrippende docent Privaatrecht
), in tien minuten weer naar het station rennen (want de trein missen betekent een half uur uit je neus eten voordat de volgende trein komt), een ijsje eten voordat de bus je weer oppikt, met spierpijn in je kuiten naar huis lopen en dan studeren, studeren, studeren…
Nee hoor, zo erg als ik het hierboven beschrijf is het allemaal niet. Natuurlijk is de overgang van middelbare school naar universiteit even wennen, maar je raakt snel genoeg vertrouwd met je nieuwe omgeving. Het is namelijk ook echt tof om allerlei nieuwe dingen te leren, om nieuwe mensen te ontmoeten, om lekker in de trein je krantje te lezen zodat je op de hoogte blijft van het laatste nieuws en vooral om met je toekomst bezig te zijn. Ja, het idee dat je echt met je toekomst bezig bent is echt de moeite waard om er helemaal voor te gaan…
Nou, dat was het wel even voor nu. Ik ga nu verder met een toets van Privaatrecht, dus ik pak mijn wetbundels er weer bij en ga weer de hardwerkende student uithangen!